Ezelsbruggen
Onthouden

Ezelsbruggen

Geheugensteuntjes voor de modellen per module. (32 ezelsbruggen)

M1Module 1: Bedrijf en omgeving5 ezelsbruggen

PESTEL

P E S T E L

De letters zijn de lijst: Political, Economic, Social, Technological, Ecological, Legal. Zeg bij een casus eerst de letter en dan de motivering.

Strategy statementZeker

Ik wil (Objective), ik doe (Scope), ik win (Competitive advantage)

Drie werkwoorden voor de drie delen. Hang er bij 'ik win' aan: value proposition plus internal alignment.

Three horizons

H1 verdedigen, H2 opbouwen, H3 verkennen

Het getal is de afstand in tijd: hoe hoger het getal, hoe verder weg en onzekerder.

Realized strategy

Realized = deliberate + emergent

Intended strategy is wat de top van plan was; wat er werkelijk gebeurt is het plan dat overblijft plus wat onderweg ontstond.

Forecasting versus scenario analysis

Forecast = een getal, scenario = een verhaal

Een forecast voorspelt een uitkomst; een scenario laat je oefenen met meerdere uitkomsten zonder kansen.

M2Module 2: Industrie en competitive strategy5 ezelsbruggen

Five Forces

E S B S R: 'Een Slimme Baas Schrijft Rustig'

Entry, Substitutes, Buyers, Suppliers, Rivalry. Bij elke letter hoort een kracht; noem ze altijd bij hun Engelse naam.

Barriers to entry

S C S T: Scale, Capital, Switching costs, Toegang tot kanalen

De vier bronnen die in het nakijkmodel steeds terugkomen. Vul aan met voordelen van gevestigden en verwachte vergelding.

Generic strategies

Kosten laag, Waarde hoog, Smal of breed

Cost leadership gaat over kosten, differentiation over waarde voor de klant, focus over een smal segment. Prijs staat er niet in.

Business model

Maken, Brengen, Houden

Waarde creeren, leveren en vasthouden (value capture): drie werkwoorden voor drie punten in het nakijkmodel.

Buyer power en supplier power

Terug en Vooruit

Afnemers dreigen met backward integration (terug de keten in), leveranciers met forward integration (vooruit naar de klant).

M3Module 3: Resources en capabilities5 ezelsbruggen

VRIOZeker

V R I O: 'Vraag Redelijk In Orde?'

Valuable, Rare, Inimitable, Organisational support. Een nee stopt de rij; de tabel zegt wat je concludeert.

VRIO-uitkomstenZeker

Nee = nadeel, V = parity, V+R = temporary, alle vier = sustained

Het aantal keren ja bepaalt je conclusie: onder normaal, normaal, boven normaal tijdelijk, boven normaal blijvend.

Dynamic capabilitiesZeker

Voel, Pak, Bouw om (sensing, seizing, reconfiguring)

Drie stappen: kans zien, kans grijpen, resources herschikken. Onthoud er altijd een routine bij.

SWOT

Binnen S W, buiten O T

Strengths en weaknesses komen uit de resource-analyse (intern), opportunities en threats uit PESTEL en Five Forces (extern).

InimitabilityZeker

C C P: Complexity, Causal ambiguity, Path dependency

De drie bronnen die in het nakijkmodel genoemd worden. Kies er een en koppel aan de casus.

M4Module 4: Corporate strategy6 ezelsbruggen

Ansoff matrix

Product bestaat? Markt bestaat? Beide nieuw = diversification

Penetration: oud-oud. Product development: nieuw product, oude markt. Market development: oud product, nieuwe markt. Diversification: nieuw-nieuw.

Transaction costs

Z B H: Zoeken, Bargainen, Handhaven

Search, bargaining en enforcement costs. Drie kosten van de markt die intern organiseren goedkoper kunnen maken.

Williamson

W C A: Weinig alternatieven, Complex, Asset specificity

De drie kenmerken waarbij opportunism groot wordt en vertical integration aantrekkelijk.

BCG matrix

Groei/aandeel: Star hoog/hoog, Question mark hoog/laag, Cash cow laag/hoog, Dog laag/laag

Lees eerst groei (de markt), dan aandeel. Cash cows betalen de stars en question marks.

Parenting-fit matrix

H E B A V: Heartland, Edge, Ballast, Alien, Value trap

Vijf typen. Value trap is fit op de opportunities maar misfit op de KSFs: aantrekkelijk maar gevaarlijk.

Parenting-rollen

P S D: Portfolio, Synergy, Developer

Klein hoofdkantoor = portfolio manager; synergy manager verbindt units; parental developer heeft centrale capabilities.

M5Module 5: Internationalisatie en M&A5 ezelsbruggen

Yip drivers

M K C G: Market, Kosten (Cost), Competitive, Government

Vier groepen. Noem altijd de volledige naam, bijvoorbeeld cost drivers, en een kernbegrip erbij.

CAGE framework

C A G E

Cultural, Administrative, Geographic, Economic: de letters zijn al het woord. Afstand tussen twee landen.

OLI paradigm

O L I: Ownership, Location, Internalization

Waarom bedrijf, waar, en zelf doen. Internalization is controle houden, niet internationaliseren.

Bartlett & Ghoshal

Integratie hoog = Global, Lokaal hoog = Multi-domestic, beide = Transnational

Twee drukken, vier vakken. International: beide laag.

Entry modes

Buy, Ally, DIY (greenfield)

Snel, snel, langzaam. Hoge urgency en uncertainty wijzen naar Buy of Ally; soft capabilities zijn het probleem.

M6Module 6: Strategy in action6 ezelsbruggen

Power/attention-matrix

Hoog-hoog = key player, Hoog-laag = sleeping giant, Laag-hoog = gadfly

Lees power eerst, dan attention. Aanpak: cultivate support, keep satisfied, information provision.

SAFE

S A F: Suitability, Acceptability, Feasibility

Faalt een onderdeel, dan doe je het niet. Acceptability heeft de 3 R's: Risk, Return, Reactions.

Kotter

Eerst urgency, dan coalition

De eerste twee stappen die in het plan ontbreken als niemand bezorgd is en er alleen een nieuwsbrief komt.

Procedural justice

3 E's: Engagement, Explanation, Expectations

Betrek mensen, leg uit waarom, en maak duidelijk wat er van hen verwacht wordt.

Strategic drift

I D F T: Incremental, Drift, Flux, Transformation or death

De vier fasen in volgorde. Oorzaken: uncertainty, lock-in, cultural entrenchment en powerful people.

Agency

Voor = adverse selection, Na = moral hazard

Onthoud het moment ten opzichte van het contract: adverse selection ervoor, moral hazard erna.

Alles