P E S T E L
De letters zijn de lijst: Political, Economic, Social, Technological, Ecological, Legal. Zeg bij een casus eerst de letter en dan de motivering.
Geheugensteuntjes voor de modellen per module. (32 ezelsbruggen)
P E S T E L
De letters zijn de lijst: Political, Economic, Social, Technological, Ecological, Legal. Zeg bij een casus eerst de letter en dan de motivering.
Ik wil (Objective), ik doe (Scope), ik win (Competitive advantage)
Drie werkwoorden voor de drie delen. Hang er bij 'ik win' aan: value proposition plus internal alignment.
H1 verdedigen, H2 opbouwen, H3 verkennen
Het getal is de afstand in tijd: hoe hoger het getal, hoe verder weg en onzekerder.
Realized = deliberate + emergent
Intended strategy is wat de top van plan was; wat er werkelijk gebeurt is het plan dat overblijft plus wat onderweg ontstond.
Forecast = een getal, scenario = een verhaal
Een forecast voorspelt een uitkomst; een scenario laat je oefenen met meerdere uitkomsten zonder kansen.
E S B S R: 'Een Slimme Baas Schrijft Rustig'
Entry, Substitutes, Buyers, Suppliers, Rivalry. Bij elke letter hoort een kracht; noem ze altijd bij hun Engelse naam.
S C S T: Scale, Capital, Switching costs, Toegang tot kanalen
De vier bronnen die in het nakijkmodel steeds terugkomen. Vul aan met voordelen van gevestigden en verwachte vergelding.
Kosten laag, Waarde hoog, Smal of breed
Cost leadership gaat over kosten, differentiation over waarde voor de klant, focus over een smal segment. Prijs staat er niet in.
Maken, Brengen, Houden
Waarde creeren, leveren en vasthouden (value capture): drie werkwoorden voor drie punten in het nakijkmodel.
Terug en Vooruit
Afnemers dreigen met backward integration (terug de keten in), leveranciers met forward integration (vooruit naar de klant).
V R I O: 'Vraag Redelijk In Orde?'
Valuable, Rare, Inimitable, Organisational support. Een nee stopt de rij; de tabel zegt wat je concludeert.
Nee = nadeel, V = parity, V+R = temporary, alle vier = sustained
Het aantal keren ja bepaalt je conclusie: onder normaal, normaal, boven normaal tijdelijk, boven normaal blijvend.
Voel, Pak, Bouw om (sensing, seizing, reconfiguring)
Drie stappen: kans zien, kans grijpen, resources herschikken. Onthoud er altijd een routine bij.
Binnen S W, buiten O T
Strengths en weaknesses komen uit de resource-analyse (intern), opportunities en threats uit PESTEL en Five Forces (extern).
C C P: Complexity, Causal ambiguity, Path dependency
De drie bronnen die in het nakijkmodel genoemd worden. Kies er een en koppel aan de casus.
Product bestaat? Markt bestaat? Beide nieuw = diversification
Penetration: oud-oud. Product development: nieuw product, oude markt. Market development: oud product, nieuwe markt. Diversification: nieuw-nieuw.
Z B H: Zoeken, Bargainen, Handhaven
Search, bargaining en enforcement costs. Drie kosten van de markt die intern organiseren goedkoper kunnen maken.
W C A: Weinig alternatieven, Complex, Asset specificity
De drie kenmerken waarbij opportunism groot wordt en vertical integration aantrekkelijk.
Groei/aandeel: Star hoog/hoog, Question mark hoog/laag, Cash cow laag/hoog, Dog laag/laag
Lees eerst groei (de markt), dan aandeel. Cash cows betalen de stars en question marks.
H E B A V: Heartland, Edge, Ballast, Alien, Value trap
Vijf typen. Value trap is fit op de opportunities maar misfit op de KSFs: aantrekkelijk maar gevaarlijk.
P S D: Portfolio, Synergy, Developer
Klein hoofdkantoor = portfolio manager; synergy manager verbindt units; parental developer heeft centrale capabilities.
M K C G: Market, Kosten (Cost), Competitive, Government
Vier groepen. Noem altijd de volledige naam, bijvoorbeeld cost drivers, en een kernbegrip erbij.
C A G E
Cultural, Administrative, Geographic, Economic: de letters zijn al het woord. Afstand tussen twee landen.
O L I: Ownership, Location, Internalization
Waarom bedrijf, waar, en zelf doen. Internalization is controle houden, niet internationaliseren.
Integratie hoog = Global, Lokaal hoog = Multi-domestic, beide = Transnational
Twee drukken, vier vakken. International: beide laag.
Buy, Ally, DIY (greenfield)
Snel, snel, langzaam. Hoge urgency en uncertainty wijzen naar Buy of Ally; soft capabilities zijn het probleem.
Hoog-hoog = key player, Hoog-laag = sleeping giant, Laag-hoog = gadfly
Lees power eerst, dan attention. Aanpak: cultivate support, keep satisfied, information provision.
S A F: Suitability, Acceptability, Feasibility
Faalt een onderdeel, dan doe je het niet. Acceptability heeft de 3 R's: Risk, Return, Reactions.
Eerst urgency, dan coalition
De eerste twee stappen die in het plan ontbreken als niemand bezorgd is en er alleen een nieuwsbrief komt.
3 E's: Engagement, Explanation, Expectations
Betrek mensen, leg uit waarom, en maak duidelijk wat er van hen verwacht wordt.
I D F T: Incremental, Drift, Flux, Transformation or death
De vier fasen in volgorde. Oorzaken: uncertainty, lock-in, cultural entrenchment en powerful people.
Voor = adverse selection, Na = moral hazard
Onthoud het moment ten opzichte van het contract: adverse selection ervoor, moral hazard erna.