Begrippenlijst
Alle vaktermen van de cursus, alfabetisch. Vaktermen worden niet vertaald. (215 termen)
Geen termen gevonden.
A
- administrative distanceModule 5
Verschillen in politiek, wetten, instituties en banden (koloniaal, handelsverdragen) tussen landen.
- adverse selectionModule 6
Pre-contract: de agent weet meer dan de principal; oplossing screening, signalling, due diligence.
- agency problemModule 6
De manager (agent) handelt niet in het belang van de eigenaar (principal), bijvoorbeeld door empire building.
Zeker-onderwerp:Eigenaren en managers (agency-probleem)
- alien territoryModule 4
Business zonder fit op opportunities en met misfit op KSFs: afstoten.
- alternative futuresModule 1
Meerdere verschillende toekomsten bij hoge onzekerheid.
- Ansoff matrixModule 4
Matrix van groeirichtingen op basis van producten/diensten en markten: market penetration, product development, market development en diversification.
Zeker-onderwerp:Ansoff-matrix
Zie ook:market penetrationproduct developmentmarket developmentdiversification
- asset specificityModule 4
De mate waarin een investering alleen waarde heeft binnen één specifieke relatie; verhoogt het risico op opportunisme.
Zie ook:opportunism
B
- backward integrationModule 2
Een afnemer gaat zelf de activiteiten van zijn leverancier uitvoeren.
- backward integrationModule 4
Vertical integration richting de inputs en leveranciers.
Zie ook:vertical integration
- ballastModule 4
Business zonder fit op opportunities en zonder misfit op KSFs; geen schade, wel geen meerwaarde.
- bargaining costsModule 4
Transactiekosten van het onderhandelen en het vastleggen van afspraken.
Zie ook:transaction costs
- barriers to entryModule 2
Obstakels voor toetreders: economies of scale, switching costs, kapitaalbehoefte, toegang tot distributie, voordelen van gevestigde spelers.
- BCG matrixModule 4
Portfolio-matrix op marktgroei en relatief marktaandeel: star, question mark, cash cow en dog.
Zeker-onderwerp:BCG-matrix (portfolio matrices)
- business ecosystemModule 2
Een netwerk van bedrijven dat samen waarde maakt en elkaars aanbod aanvult.
Zie ook:ecosystem leader
- business levelModule 1
Strategy over concurreren in een bepaalde industrie of markt.
Zie ook:strategylevels of strategy
- business modelModule 2
Hoe een organisatie waarde creëert, levert en een deel ervan vasthoudt; geen synoniem voor strategy.
Zeker-onderwerp:Business models
- Business Model CanvasModule 2
Diagnostisch hulpmiddel met negen bouwstenen om een business model te beschrijven.
Zie ook:business model
- buyer powerModule 2
Het vermogen van afnemers om prijzen te drukken of betere voorwaarden af te dwingen.
Zie ook:Five Forcesmaturity
C
- CAGE frameworkModule 5
Ghemawat: Cultural, Administrative, Geographic en Economic distance tussen landen.
Zeker-onderwerp:CAGE-framework (Ghemawat)
- capabilitiesModule 3
Vaardigheden waarmee een organisatie haar resources inzet en combineert (what we do well).
Zeker-onderwerp:Dynamic capabilities
- cash cowModule 4
BCG-categorie: hoog marktaandeel in een lage groei markt; levert geld dat elders wordt geïnvesteerd.
Zie ook:BCG matrix
- causal ambiguityModule 3
Bron van inimitability: onduidelijke oorzaak-gevolgrelatie tussen resource of capability en succes; bestaat als characteristic ambiguity en linkage ambiguity.
- characteristic ambiguityModule 3
Onduidelijk wat de kenmerkende resource of capability precies is (bijv. ingebed in cultuur of tacit knowledge).
Zie ook:causal ambiguity
- collective actionModule 6
Probleem dat versnipperde eigenaren elk te weinig prikkel hebben om managers te controleren.
- competitive advantageModule 1
Waarom klanten voor jou kiezen: een value proposition plus een unieke interne inrichting om die te leveren.
- competitive disadvantageModule 3
VRIO-uitkomst als de resource of capability niet valuable is: prestaties onder het normale niveau.
- competitive driversModule 5
Drijfveren uit de concurrentie: multipoint competition, onderlinge afhankelijkheid tussen landen en clusters.
Zie ook:multipoint competition
- competitorsModule 2
Alle bedrijven in dezelfde industry; dat zijn niet automatisch rivals.
Zie ook:industry
- complementorsModule 2
Bedrijven waarvan het aanbod de waarde van jouw product vergroot.
Zeker-onderwerp:Ecosystems en complementors
- complexityModule 3
Bron van inimitability: veel interne en externe linkages tussen activiteiten, mensen en partners maken imitatie moeilijk.
Zie ook:inimitability
- conflict equilibriumModule 5
Stabiele, zichzelf versterkende toestand van wederzijdse defectie tussen staten (tarieven, investeringsbeperkingen, afspraken breken).
- conglomerate diversificationModule 4
Unrelated diversification: businesses zonder duidelijke overlap; wordt vaak wantrouwd omdat de meerwaarde van de parent onduidelijk is.
Zeker-onderwerp:Conglomerate diversification
Zie ook:diversification
- cooperative equilibriumModule 5
Stabiele, zichzelf versterkende toestand van samenwerking (open markten, afspraken nakomen, buitenlandse investeringen welkom).
- coopetitionModule 2
Gelijktijdig concurreren en samenwerken.
- corporate governanceModule 6
Regels en organen (board, raad van commissarissen, aandelen en bonus) die managers laten handelen in het belang van eigenaren.
- corporate levelModule 1
Strategy over de scope en portfolio van het hele concern.
Zie ook:strategyscopelevels of strategy
- corporate parentModule 4
Het hoofdkantoor dat boven de business units staat; moet meer waarde toevoegen dan het kost.
Zeker-onderwerp:Corporate parenting (parenting-fit, parental developer)
Zie ook:parental developer
- corporate strategyModule 4
Strategie op het niveau van de hele organisatie: in welke businesses opereer je en welke waarde voegt het hoofdkantoor toe.
- cost driversModule 5
Drijfveren uit kostenvoordelen: scale economies, global sourcing, bulk purchase, country-specific differences, favorable logistics.
Zie ook:global sourcing
- cost leaderModule 2
Het bedrijf dat de laagste kosten heeft; niet per se de laagste prijs.
- cost leadershipModule 2
Systematisch de laagste kosten in de industry, bij voldoende kwaliteit.
- creative destructionModule 6
Schumpeter: door iets nieuws te creëren vernietigt de entrepreneur iets ouds.
Zeker-onderwerp:Creative destruction (Schumpeter)
Zie ook:entrepreneur
- CSRModule 6
Corporate social responsibility: ethisch gedrag en bijdragen aan economie en samenleving boven het wettelijk minimum.
- cultural distanceModule 5
Verschillen in taal, religie en sociale normen tussen landen; kan leiden tot culture clash of cultural enrichment.
- cultural webModule 6
Model van wat de cultuur in stand houdt: paradigm met stories, symbols, rituals & routines, power structures, organisational structures en control systems.
Zie ook:routines
D
- deliberate strategyModule 1
Het deel van de intended strategy dat wordt gerealiseerd.
Zie ook:strategyintended strategy
- differentiationModule 2
Uniek zijn op een dimensie die klanten waarderen, zodat een price premium mogelijk is.
- disequilibriumModule 5
Het moment waarop een bestaand evenwicht verandert door machtsverschuiving, nationalisme of veranderende overtuigingen.
- distinctiveModule 3
Distinctive resources en capabilities zijn de bron van concurrentievoordeel (winners): waardevol voor klanten en moeilijk te imiteren.
- distributive justiceModule 6
Eerlijkheid van de uitkomst: equality of equity.
- diversificationModule 4
Nieuwe producten in nieuwe markten; related (met overlap) of unrelated (conglomerate).
- divisional structureModule 6
Structuur per regio of product (M-form); risico op duplicatie en strijd om resources.
Zie ook:resources
- dominant logicModule 4
De gedeelde denkwijze van het management (Prahalad en Bettis) over hoe je een business bestuurt; bepaalt welke diversificatie het hoofdkantoor aankan.
Zeker-onderwerp:Dominant logic
- dynamic capabilitiesModule 3
Het vermogen van een organisatie om resources en capabilities te vernieuwen en te herscheppen voor een veranderende omgeving (Teece); volgens Eisenhardt en Martin specifieke routines.
Zeker-onderwerp:Dynamic capabilities
E
- early warning indicatorsModule 1
Signalen waaraan je ziet dat een scenario werkelijkheid wordt.
- economies of scaleModule 2
Lagere kosten per eenheid doordat vaste kosten over meer volume worden verdeeld.
Zie ook:barriers to entry
- economies of scopeModule 4
Voordelen doordat dezelfde resources of capabilities meerdere activiteiten bedienen (tangible of intangible).
Zeker-onderwerp:Economies of scope
Zie ook:resourcescapabilities
- ecosystem leaderModule 2
Het bedrijf dat de partners in een business ecosystem coördineert.
Zie ook:business ecosystem
- emergent strategyModule 1
Strategy die ontstaat uit dagelijkse beslissingen en leren, zonder plan.
Zie ook:strategyrealized strategy
- enforcement costsModule 4
Transactiekosten van het afdwingen en bewaken van de naleving van afspraken.
Zie ook:transaction costs
- enlightened self-interestModule 6
CSR-houding: verantwoord gedrag uit gezond zakelijk verstand; supportive leiderschap, reactive modus.
- entrepreneurModule 6
Iemand die kansen herkent en met resources iets nieuws creëert; een oprichter is niet automatisch een entrepreneur.
Zie ook:creative destructionresources
- entry modeModule 5
De manier waarop een bedrijf een buitenlandse markt betreedt of er uitbreidt: exporting, licensing, franchising, greenfield, joint venture of M&A.
Zeker-onderwerp:Entry modes (acquisition, alliance, greenfield)
- equal treatmentModule 5
Een van de vier geopolitieke gevolgen voor MNE's: gelijke behandeling van buitenlandse en lokale bedrijven (national treatment, MFN).
- exit barriersModule 2
Obstakels die bedrijven in een industry houden, ook als de winst laag is; versterken rivalry.
- experience curveModule 2
De kosten per eenheid dalen naarmate een bedrijf meer ervaring (cumulatief volume) opdoet.
Zeker-onderwerp:Experience curve
F
- financial controlModule 6
Goold & Campbell: weinig centrale invloed en strenge afrekening op cijfers.
- Five ForcesModule 1
Porters model voor industrieanalyse (module 2); gaat over de market omgeving.
Zie ook:rivalry
- Five ForcesModule 2
Porters model om de winstgevendheid van een industry te verklaren: threat of entry, threat of substitutes, buyer power, supplier power en rivalry.
Zeker-onderwerp:Vijfkrachtenmodel van Porter
- focusModule 2
Je richten op een smal segment, met kostenvoordeel (cost focus) of onderscheid (differentiation focus).
- forcefield-analyseModule 6
Krachten vóór en tegen verandering tegenover elkaar zetten; bij negatieve balans eerst de krachten vóór versterken.
- forecastingModule 1
Het voorspellen van uitkomsten zoals omzet of groei.
Zeker-onderwerp:Forecasting
- forum for stakeholder interactionModule 6
CSR-houding: triple bottom line, champion-leiderschap, proactive modus, partnership.
- forward integrationModule 2
Een leverancier gaat zelf de activiteiten van zijn afnemer uitvoeren.
Zie ook:vertical integration
- forward integrationModule 4
Vertical integration richting de afnemers, distributie en klanten.
Zie ook:vertical integration
- freemiumModule 2
Gratis basisversie, betaalde uitbreiding.
- functional strategiesModule 1
Strategieën van functies zoals R&D, IT en marketing.
Zie ook:levels of strategy
G
- gadfliesModule 6
Stakeholders met weinig macht en veel aandacht: geef informatie; ze kunnen een sleeping giant wekken.
- gap analysisModule 6
Vergelijking van gewenste en werkelijke prestaties.
Zeker-onderwerp:Strategie evalueren (gap analysis, SAFE, forcefield)
Zie ook:SAFE
- generic strategiesModule 2
Porters basisopties om beter te presteren dan de gemiddelde speler: cost leadership, differentiation en focus.
- generic strategiesModule 3
Porters kostenleiderschap en differentiatie; distinctive resources en capabilities maken ze mogelijk.
Zie ook:resourcescapabilitiesdistinctive
- ghost scenariosModule 1
Impliciete aanname over de toekomst, meestal business as usual, die beslissingen stuurt.
- global integrationModule 5
Druk om activiteiten over landsgrenzen heen te integreren en centraal te sturen voor schaalvoordeel (pressures for global integration).
- global sourcingModule 5
Wereldwijd zoeken naar de beste leveranciers, voor lagere kosten, betere kwaliteit of unieke expertise.
Zie ook:cost drivers
- global strategyModule 5
Bartlett & Ghoshal: hoge integratiedruk, weinig lokale druk; standaardisatie en centrale planning.
- government driversModule 5
Drijfveren uit overheidsbeleid: trade policies, technical standards en host government policies.
- greenfieldModule 5
Een buitenlandse vestiging zelf van de grond af opbouwen (DIY): langzaam, maar met culturele consistentie.
Zeker-onderwerp:Entry modes (acquisition, alliance, greenfield)
Zie ook:entry mode
H
- heartlandModule 4
Business met hoge fit met parenting opportunities en geen misfit met KSFs; de kern van het portfolio.
I
- imprinting theoryModule 6
Oprichters drukken een blijvende stempel op de organisatie.
Zeker-onderwerp:Imprinting theory (oprichters)
- industryModule 2
Een groep bedrijven die in essentie hetzelfde product of dezelfde dienst levert.
Zeker-onderwerp:Industry lifecycle
- industry analysisModule 2
Analyse van de aantrekkelijkheid van een industry in zes stappen, van definitie tot positionering.
Zie ook:industry
- industry life cycleModule 2
De fases development, growth, shake-out, maturity en decline waar een industry doorheen gaat.
- industry roll-upModule 4
Een versnipperde sector consolideren door veel kleine spelers over te nemen (Huizenga, Waste Management).
- inflexion pointsModule 1
Momenten waarop een ontwikkeling van richting of tempo verandert.
- inimitabilityModule 3
Het derde VRIO-criterium: concurrenten kunnen de resource of capability niet of alleen tegen hoge kosten imiteren, verkrijgen of substitueren.
Zie ook:VRIOcomplexitycausal ambiguity
- input costsModule 2
Kosten van grondstoffen, arbeid en andere inkoop; een cost driver.
- institutional alignmentModule 5
Een van de vier geopolitieke gevolgen voor MNE's: afstemming van standaarden en regels, met invloed op transactiekosten.
- intended strategyModule 1
De strategy die het management van plan was.
Zeker-onderwerp:Emergent versus intended strategy (Mintzberg)
- internal alignmentModule 1
Activiteiten, structuur en middelen die samen de value proposition mogelijk maken.
Zie ook:value proposition
- internal capital marketModule 4
Het hoofdkantoor verdeelt kapitaal beter dan de externe markt (miniature capital market), dankzij betere informatie en minder transactiekosten.
- international strategyModule 5
Bartlett & Ghoshal: weinig druk voor integratie en lokale aanpassing; product grotendeels ongewijzigd exporteren, meestal een tijdelijke fase.
- internationalization driversModule 5
De vier groepen factoren van Yip (market, cost, competitive, government) die bepalen hoe sterk de prikkel is om te internationaliseren.
Zeker-onderwerp:Yip's internationalization drivers
- investment securityModule 5
Een van de vier geopolitieke gevolgen voor MNE's: bescherming van eigendomsrechten en investeringen.
J
- joint ventureModule 5
Een alliantie waarbij partners samen een nieuwe eenheid oprichten (equity joint venture); snel, deelt verlies, risico op learning race.
Zie ook:entry modelearning race
K
- key drivers for changeModule 1
Omgevingsfactoren met de grootste impact op de toekomst van een industrie.
Zie ook:scenario analysis
- key playersModule 6
Stakeholders met veel macht en veel aandacht: zorg voor steun (cultivate support).
- KotterModule 6
Acht stappen voor verandering: urgency, coalition, vision, communicate, empower, short-term wins, consolidate, institutionalise.
L
- laissez-faireModule 6
CSR-houding: alleen de wet naleven; leiderschap peripheral, modus defensive, relatie unilateral.
- learning raceModule 5
Bij een alliantie proberen partners zoveel mogelijk van elkaar te leren; wie klaar is beëindigt de alliantie en laat de ander achter.
Zie ook:joint venture
- levels of strategyModule 1
Corporate level, business level en functional strategies.
Zeker-onderwerp:Levels of strategy
- liabilities of foreignnessModule 5
De extra kosten van een buitenlands bedrijf ten opzichte van lokale concurrenten (onbekendheid, discriminatie, geopolitiek thuisfront).
Zeker-onderwerp:Liabilities of foreignness
Zie ook:OLI
- linkage ambiguityModule 3
Onduidelijk welke activiteiten en processen in welke volgorde en configuratie aan elkaar gelinkt zijn.
Zie ook:causal ambiguity
- local responsivenessModule 5
Druk om producten, diensten en processen aan te passen aan lokale omstandigheden (pressures for local responsiveness).
M
- managerial ambitionModule 4
Value-destroying driver: diversificeren uit persoonlijke motieven, zoals status of salaris dat met bedrijfsgrootte stijgt.
- market developmentModule 4
Bestaande producten aan nieuwe markten leveren: nieuwe users of nieuwe geografieën.
Zie ook:Ansoff matrix
- market driversModule 5
Internationalisatiedrijfveren uit de markt: similar customers, global customers en transferable marketing.
- market entryModule 5
Een van de vier geopolitieke gevolgen voor MNE's: toegang tot een markt.
- market for corporate controlModule 4
De markt waarop bedrijven worden overgenomen; een parent zonder parenting advantage loopt het risico te worden ontmanteld.
Zie ook:parenting advantage
- market penetrationModule 4
Groei met bestaande producten in bestaande markten; beperkt door retaliation, legal en economic constraints.
Zie ook:Ansoff matrixretaliation
- market powerModule 4
Diversification driver: macht door breedte, onder meer via mutual forbearance, cross-subsidising, goedkoper lenen en bulkinkoop.
- market segmentModule 2
Een groep klanten met vergelijkbare behoeften binnen een markt.
- matrixModule 6
Structuur met twee bazen; loyaliteitsconflicten en hoge kosten.
- maturityModule 2
Fase met verzadigde vraag, hogere barriers, standaardisatie en meer buyer power.
Zie ook:buyer powerindustry life cycle
- megatrendsModule 1
Grote, langlopende ontwikkelingen die veel sectoren raken.
- missionModule 1
De kernbezigheid van de organisatie.
- mobility barriersModule 2
Obstakels om van de ene strategic group naar de andere te bewegen.
Zie ook:strategic group
- moral hazardModule 6
Post-contract: de agent gedraagt zich anders na ondertekening; oplossing monitoring en incentives.
- multi-domestic strategyModule 5
Bartlett & Ghoshal: hoge lokale druk, weinig integratiedruk; autonome country managers en weinig onderling leren.
- multi-sided platformModule 2
Platform dat meerdere groepen gebruikers (bijvoorbeeld makers, kijkers en adverteerders) met elkaar verbindt.
- multipoint competitionModule 5
Bedrijven concurreren gelijktijdig in meerdere producten of markten en reageren op elkaar in een andere markt (Coca-Cola en Pepsi).
Zie ook:competitive drivers
- mutual forbearanceModule 4
Concurrenten die in meerdere markten tegenover elkaar staan, vallen elkaar minder aan uit angst voor vergelding elders.
Zie ook:market power
N
O
- objectiveModule 1
Kwantificeerbaar en tijdgebonden doel in een strategy statement.
Zie ook:strategystrategy statement
- OLIModule 5
Dunning's eclectic paradigm: Ownership, Location, Internalization; de voordelen die de liabilities of foreignness moeten compenseren.
Zie ook:liabilities of foreignness
- opportunismModule 4
Het risico dat een partij haar eigen belang nastreeft ten koste van de ander, vooral bij weinig alternatieven, complexiteit en asset specificity.
- organisational cultureModule 6
De taken-for-granted assumptions en gedragingen in een organisatie.
Zeker-onderwerp:Organisatiecultuur
- organisational supportModule 3
Het vierde VRIO-criterium: structuur, processen en systemen zijn zo ingericht dat de organisatie het potentieel ook echt benut.
Zie ook:VRIO
- outside-inModule 3
Ook de interne analyse doe je vanuit de context: uniek voor welke klanten, markten en concurrenten?
Zeker-onderwerp:Outside-in kijken naar resources
Zie ook:resources
- outsourcingModule 4
Een activiteit door een externe partij laten uitvoeren in plaats van haar zelf te doen.
P
- parental developerModule 4
Parenting-rol met een groot hoofdkantoor dat de eigen centrale capabilities inzet om de business units te ontwikkelen.
Zeker-onderwerp:Corporate parenting (parenting-fit, parental developer)
Zie ook:corporate parentcapabilities
- parenting advantageModule 4
Het hoofdkantoor is de beste eigenaar van een business: die doet het onder deze parent beter dan onder een andere.
Zie ook:market for corporate control
- parenting-fit matrixModule 4
Matrix van Campbell die businesses indeelt op fit met parenting opportunities en misfit met key success factors.
Zie ook:matrix
- parityModule 3
Op een vergelijkbaar niveau presteren als de gemiddelde concurrent (competitive parity).
Zie ook:threshold
- path dependencyModule 3
Resources en capabilities zijn het resultaat van een unieke geschiedenis van beslissingen en uitkomsten, en daarom niet na te doen.
Zie ook:resourcescapabilities
- PESTELModule 1
Political, Economic, Social, Technological, Ecological, Legal: analyse van de macro-omgeving.
Zeker-onderwerp:PESTEL-analyse
- Porter's diamondModule 5
Model van locatievoordelen: factor conditions, demand conditions, related and supporting industries, firm strategy structure and rivalry.
Zeker-onderwerp:Porter's Diamond
- portfolio managerModule 4
Parenting-rol met een klein hoofdkantoor en nadruk op investeren en ingrijpen (bijv. private equity).
- power/attention-matrixModule 6
Indeling van stakeholders op macht en aandacht: key players, sleeping giants, gadflies en een groep met minimale inspanning.
- price/performance ratioModule 2
De verhouding tussen prijs en prestatie van een substituut ten opzichte van het huidige product.
- principal-principalModule 6
Conflict tussen grote en kleine aandeelhouders.
- procedural justiceModule 6
Eerlijkheid van het proces; drie E's: Engagement, Explanation, clarity of Expectations.
- product developmentModule 4
Nieuwe producten of diensten aan bestaande markten leveren; risico op nieuwe resources, capabilities en projectmanagement.
- product/process designModule 2
Productontwerp en proces die de kosten verlagen; een cost driver.
- purposeModule 1
Waarom een organisatie bestaat.
Zeker-onderwerp:Purpose
- purposeModule 6
De waarde die een organisatie wil creëren voor haar stakeholders, financieel en niet-financieel; moet consistent zijn met de cultuur.
Zie ook:stakeholders
R
- range forecastModule 1
Een bandbreedte aan uitkomsten met kansen.
- rarityModule 3
Het tweede VRIO-criterium: de resource of capability heeft maar één organisatie of een paar anderen (bijv. patent, unieke locatie).
Zie ook:VRIO
- rational-analyticModule 1
Prescriptieve kijk: analyseren, plannen, uitvoeren door het topmanagement.
- razor and bladeModule 2
Business model waarbij het basisproduct goedkoop is en de navulling of toebehoren de winst oplevert.
Zie ook:business model
- realized strategyModule 1
Wat de organisatie echt doet: deliberate plus emergent strategy.
Zie ook:strategyemergent strategy
- reconfiguringModule 3
Dynamic capability: de organisatie, capabilities en investeringen vernieuwen en herschikken om de kans op schaal te benutten.
Zie ook:capabilities
- resource-based viewModule 3
Visie dat het succes van een bedrijf verklaard wordt door de onderscheidende resources en capabilities, niet alleen door de industrie.
Zie ook:resourcescapabilities
- resourcesModule 3
Middelen die een organisatie heeft of waar ze toegang toe heeft (what we have): physical, financial en human resources.
Zeker-onderwerp:Outside-in kijken naar resources
- retaliationModule 4
Reactie van concurrenten die een groeiende speler terugpakken, een beperking van market penetration.
Zie ook:market penetration
- rivalryModule 2
De mate waarin bestaande spelers in een industry daadwerkelijk met elkaar vechten om klanten; de eerste van de Five Forces.
- routinesModule 3
Vaste, herhaalbare werkwijzen; volgens Eisenhardt en Martin zijn dynamic capabilities specifieke, herkenbare routines (bijv. acquisitieroutines bij Cisco).
S
- SAFEModule 6
Toets voor strategische opties: Suitability, Acceptability, Feasibility.
Zeker-onderwerp:Strategie evalueren (gap analysis, SAFE, forcefield)
Zie ook:gap analysis
- scenario analysisModule 1
Het uitdenken van alternatieve toekomstverhalen op basis van key drivers for change.
Zeker-onderwerp:Scenario-analyse
Zie ook:key drivers for change
- scopeModule 1
Waar de organisatie actief is: klanten, aanbod, geografie, verticale integratie. Ook wat zij niet doet.
Zeker-onderwerp:Strategy statement (goals, scope, advantage)
- search costsModule 4
Transactiekosten van het zoeken naar een geschikte partij om mee samen te werken.
Zie ook:transaction costs
- seizingModule 3
Dynamic capability: een waargenomen kans daadwerkelijk aanpakken met nieuwe producten, processen of activiteiten.
- sensemakingModule 6
Balogun & Johnson: medewerkers geven zelf betekenis aan verandering; communicatie is niet hetzelfde als begrip.
- sensingModule 3
Dynamic capability: de omgeving blijven aftasten en kansen of bedreigingen waarnemen (bijv. R&D, marktonderzoek).
- shake-outModule 2
Fase waarin de groei afvlakt en zwakke spelers de industry verlaten.
Zie ook:industryindustry life cycle
- shaper of societyModule 6
CSR-houding: maatschappelijke verandering nastreven; visionary leiderschap, defining modus.
Zie ook:vision
- single-point forecastModule 1
Eén verwachte uitkomst, bijvoorbeeld 5% groei.
- sleeping giantsModule 6
Stakeholders met veel macht maar weinig aandacht: hou ze tevreden (keep satisfied).
- soft capabilitiesModule 5
Capabilities die zijn verankerd in cultuur en mensen; moeilijk te integreren bij overnames en allianties.
Zie ook:capabilities
- stakeholdersModule 6
Mensen en groepen van wie de organisatie afhangt en die van haar afhangen (Freeman); economic, social/political, technological, community en internal.
Zeker-onderwerp:Stakeholders en CSR
Zie ook:purposepower/attention-matrixkey playerssleeping giants
- strategic driftModule 6
De organisatie verandert langzamer dan haar omgeving; fasen: incremental change, strategic drift, flux, transformation or death.
- strategic groupModule 2
Organisaties binnen een industry met vergelijkbare strategische kenmerken (scope en resource commitment).
Zie ook:industrymobility barriersscope
- strategic planningModule 6
Goold & Campbell: veel centrale invloed en milde afrekening van de business unit.
- strategyModule 1
De lange termijn richting van een organisatie, met oog voor interne organisatie en externe omgeving.
- strategy statementModule 1
Korte samenvatting van de strategy (ongeveer 35 woorden) met objective, scope en competitive advantage.
Zeker-onderwerp:Strategy statement (goals, scope, advantage)
- stretching corporate management capabilitiesModule 4
Diversification driver: de managementvaardigheden van het hoofdkantoor ook op andere businesses toepassen.
Zie ook:diversification
- supplier powerModule 2
Het vermogen van leveranciers om hogere prijzen of slechtere voorwaarden af te dwingen.
Zie ook:Five Forces
- sustained competitive advantageModule 3
VRIO-uitkomst bij valuable, rare, inimitable en supported by the organisation: voordeel dat blijft.
- switching costsModule 2
Kosten (geld, tijd, risico) voor een klant om van aanbieder te wisselen.
Zie ook:barriers to entry
- SWOTModule 3
Confrontatie van interne strengths en weaknesses met externe opportunities en threats; doel is strategische opties genereren.
Zeker-onderwerp:SWOT-analyse
Zie ook:TOWS matrix
- synergyModule 4
Meerwaarde doordat businesses samen meer opleveren dan los van elkaar (Disney en Marvel).
- synergy managerModule 4
Parenting-rol met een groot hoofdkantoor dat samenwerking tussen business units stimuleert.
T
- tautologicalModule 3
Cirkelredenering: succes verklaren met 'goede dynamic capabilities' en die afleiden uit het succes. Kritiek van Eisenhardt en Martin op de oude literatuur.
Zie ook:capabilitiesdynamic capabilities
- temporary competitive advantageModule 3
VRIO-uitkomst bij valuable en rare maar niet inimitable: voordeel dat verdwijnt zodra concurrenten imiteren.
- threat of entryModule 2
De kans dat nieuwe toetreders de industry binnenkomen; hangt af van barriers to entry.
- threat of substitutesModule 2
De dreiging van producten of diensten van buiten de industry die dezelfde behoefte vervullen.
Zie ook:industryFive Forces
- three horizonsModule 1
Framework dat activiteiten indeelt op tijd: kern verdedigen, kansen opbouwen, opties verkennen.
- thresholdModule 3
Threshold resources en capabilities zijn het minimum om in een markt mee te mogen doen (qualifiers); ze geven parity, geen voordeel.
Zeker-onderwerp:Resources, capabilities, threshold en distinctive
- TOWS matrixModule 3
Uitwerking van SWOT waarin elk vak opties geeft voor een combinatie van interne en externe factoren (bijv. strengths x opportunities).
Zie ook:SWOT
- transaction cost economicsModule 4
Theorie van Williamson: de marktvorm of de interne organisatie wordt gekozen op basis van de transactiekosten, met opportunisme als kernrisico.
Zie ook:opportunism
- transaction costsModule 4
Kosten van het gebruik van de markt: search costs, bargaining costs en enforcement costs (Coase).
Zeker-onderwerp:Transactiekosten (Coase)
- transientModule 3
Tijdelijk: in snel veranderende omgevingen is concurrentievoordeel transient, dus bouw een portfolio met een pipeline van initiatieven.
- transnational strategyModule 5
Bartlett & Ghoshal: hoge druk op beide assen; centraal waar het kan, lokaal waar het moet, met leren in beide richtingen.
U
- uncertaintyModule 5
Keuzefactor bij entry mode: hoe onzeker de markt of de uitkomst is.
Zie ook:entry mode
- unrealized strategyModule 1
Het deel van de intended strategy dat niet wordt gerealiseerd.
Zie ook:strategyintended strategy
- urgencyModule 5
Keuzefactor bij entry mode: hoe snel moet het bedrijf de markt of capabilities hebben.
Zie ook:entry modecapabilitiesKotter
V
- valuableModule 3
Het eerste VRIO-criterium: levert waarde aan klanten en helpt kansen te grijpen of bedreigingen te neutraliseren, tegen acceptabele kosten.
- value propositionModule 1
De waarde die de klant krijgt en waarom hij koopt.
- value trapModule 4
Business met fit op parenting opportunities maar misfit op KSFs: het lijkt aantrekkelijk maar de parent kan de succesfactoren niet leveren.
- vertical integrationModule 4
Het binnen de organisatie halen van activiteiten uit de keten voor of na de eigen stap: backward of forward integration.
Zeker-onderwerp:Vertical integration
Zie ook:backward integrationforward integrationforward integration
- visionModule 1
Het gewenste toekomstbeeld van de organisatie.
Zie ook:shaper of societyKotter
- VRIOModule 3
Toets met vier criteria: Value, Rarity, Inimitability, Organisational support. Alle vier zijn nodig voor sustained competitive advantage.
Zeker-onderwerp:VRIO-analyse
W
- weak signalsModule 1
Vroege, zwakke aanwijzingen voor een mogelijke verandering.
Z
- zone of indifferenceModule 6
Barnard: het gebied van opdrachten dat een medewerker zonder bezwaar uitvoert.
Zeker-onderwerp:Zone of indifference (Barnard)